Robotorders stijgen buiten de auto-industrie. Alleen: het magazijn staat niet in dat lijstje
Het cijfer waar deze maand mee gezwaaid wordt, gaat niet over jouw magazijn. Lees het daarom goed voordat je het in je businesscase plakt.
De feiten: brancheorganisatie A3 meldde half augustus dat Noord-Amerikaanse bedrijven in het tweede kwartaal van 2026 8.940 robots bestelden, goed voor 622 miljoen dollar. Dat is 4,3 procent meer stuks dan een jaar eerder en 21,3 procent meer omzet. Over het eerste halfjaar: 17.995 robots, 1,166 miljard dollar. Auto-OEM's bestelden 25 procent minder dan in de eerste helft van 2025. De groei zat elders: halfgeleiders en elektronica +35 procent, life sciences +32 procent, auto-onderdelen +24 procent, food en consumentengoederen +17 procent. Inmiddels komt 56 procent van de bestelde robots van niet-automotive klanten.
Zoek in die opsomming naar warehousing en je vindt niks. Dat is geen slordigheid van A3. Ze tellen industriële robotarmen. De AMR's die door jouw gangpaden rijden, mobiele robots die zelf hun route bepalen, vallen in een andere statistiek namelijk die van de servicerobots. Daar telde de IFR over 2024 zo'n 102.900 verkochte transport- en logistiekrobots, waarvan ongeveer 81.800 voor intralogistiek. Twee verschillende markten, twee verschillende tellingen. Wie het A3-cijfer gebruikt als bewijs dat magazijnautomatisering hard groeit, vergelijkt appels met heftrucks.
Wat wél over jouw markt gaat: Interact Analysis zag de orderinstroom voor magazijnautomatisering in 2025 met 7 procent groeien. Een deel van die groei kwam niet uit meer vraag, maar uit duurder staal en duurdere arbeid die projectprijzen opdreven. De rest kwam van een handvol reuzen: Amazon, Tesco, Marks & Spencer. Voor 2026 verwachten ze een bredere basis, ook middelgrote bedrijven, geholpen door lagere rentes.
Drie dingen om morgen mee te doen. Eén: vraag bij elke offerte naar de prijspeildatum en de indexatieclausule. Als staalprijzen de projectwaarde opblazen, betaal je meer voor precies hetzelfde systeem. Twee: reserveer engineeringuren vroeg. Dezelfde integrators die jouw shuttlesysteem inregelen, staan nu ook bij foodfabrikanten en chipbedrijven op de stoep. Drie: kijk naar wie er levert. Attabotics ging failliet, Zebra stootte zijn robotica-divisie af. Vraag dus expliciet wat er met je onderdelen, software en support gebeurt als de leverancier omvalt.
Een groeiende markt is fijn nieuws voor leveranciers. Voor jou betekent het vooral langere wachttijden en hogere prijzen. Heb jij je offertes van vorig jaar al naast de nieuwe gelegd?
Meer lezen
De grijper is de bottleneck, niet het brein
Een analyse in The Robot Report stelt dat de vooruitgang in robot-AI-modellen harder gaat dan de vooruitgang in grijpers, en dat de hand daarmee de beperkende factor wordt. Dat is een nuchter tegengeluid bij demo's waarin het 'brein' alles lijkt te kunnen. Wie een pick-robot beoordeelt, doet er goed aan de test te richten op de fysieke handling van het eigen assortiment (folie, zakken, wisselende verpakkingen) en niet op de software-demo.
Bij humanoïde robots is het contract interessanter dan de robot
Supply Chain Movement beschrijft hoe humanoïde robots niet alleen technisch maar vooral commercieel iets veranderen: leveranciers experimenteren met robot-as-a-service en betalen per uitgevoerde taak in plaats van een grote CAPEX-investering. Voor magazijnen verlaagt dat de drempel om te starten, maar verschuift het risico naar contractvoorwaarden en beschikbaarheidsafspraken. Wie nu oriënteert, doet er goed aan naast techniek ook het afrekenmodel te toetsen.
FNV wil af van productienormen bij Lidl. Wat doet dat met jouw AI-plannen?
Vakbond FNV en Lidl gaan met elkaar in gesprek over de ervaren werkdruk en normen in de Nederlandse distributiecentra van de retailer. Dit raakt direct aan AI-adoptie, omdat prestatiemeting, normtijden en algoritmische aansturing van orderpickers steeds vaker onderwerp van arbeidsverhoudingen zijn. Wie AI inzet voor planning of productiviteitsmonitoring, doet er verstandig aan OR en vakbond vroeg te betrekken en transparant te zijn over hoe normen tot stand komen.